Emotie, expressie en passie op zes violen

Liza Ferschtman, Alexandra Nepomnyashchaya, Richard Egarr & Sören Leupold

Het is een woensdagavond. Na een lange dag op de universiteit en een goed avondmaal fietsen we direct door naar concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen. Als trompettist van Nijmeegs Studentenorkest Collegium Musicum Carolinum (CMC) heb ik namelijk de eer gekregen om een recensie te schrijven over dit bijzondere concert.

Eenmaal aangekomen met mijn medeorkestleden werden wij opnieuw gegrepen door de unieke sfeer van de zaal, iets wat mij nooit zal vervelen. De Vereeniging blijft indrukwekkend. Niet alleen visueel maakt de zaal indruk, ook de akoestiek is van uitzonderlijke kwaliteit. Musici die hier mogen spelen, zullen allemaal zeggen dat de zaal als het ware meewerkt met het instrument. Hierdoor kunnen emotie, expressie en passie volledig tot hun recht komen. Heel belangrijk, want op het programma staat een uitdagend werk: Die Rosenkranz-Sonaten van Heinrich Ignaz Franz Biber.

Op het podium viel direct het prachtig gedecoreerde klavecimbel op, evenals een tafel met verschillende uniek gestemde violen, sterk afwijkend van de moderne standaardstemming. Heel bijzonder voor het hele concert was dat er per deel van viool werd gewisseld met een andere stemming. Componist Biber gebruikte namelijk verschillende stemmingen om ieder deel van het werk een eigen klankkleur te geven. De sonaten werden op totaal zes verschillende violen uitgevoerd door Liza Ferschtman, en zij werd begeleid door Alexandra Nepomnyashchaya op het kistorgel, Richard Egarr op klavecimbel en Sören Leupold op theorbe.

Nadat de musici opkwamen kregen wij gelijk een introductie van het stuk door Liza. Het beschrijft het leven, lijden en de verheerlijking van Jezus Christus, bekeken in de traditie van het katholieke rozenkransgebed. Sonate 1 (‘introductie’) begint nog in een ordentelijke wereld. Muzikaal begint de viool ook in standaardstemming (G – D – A – E), wat de muziek een pure kwaliteit gaf zoals we gewend zijn. De violist speelde helder van klank en articulatie, met dynamisch contrast door zowel solist als begeleiding.

Na deze eerste sonate werd een andere viool van de tafel gepakt, gestemd in (A3-E4-A4-E5) voor sonate 2. Indrukwekkend om dit als violist te doen en direct in de nieuwe toonsoort te kunnen spelen. Sonate 2 vertoont de ontmoeting tussen Elizabeth en Maria. Dit veranderde de sfeer direct; de viool klonk helderder en lichter. Ook was het zachter en spannender in klankkleur dan het vorige deel. Het spel kreeg een natuurlijke en warme resonantie door de mooie akoestiek in De Vereeniging.

Voor sonate 3, nu in (B3-F#4-B4-D5) horen we een zeer onverwachte combinatie die in de moderne muziekwereld als dissonant wordt ervaren. De geboorte van Jezus werd hier verbeeld. Deze sonate heeft toch een optimistische sfeer binnen het geheel van het stuk. Heel bijzonder, aangezien dissonanten normaal gesproken duiden op tragedie of angst. Dit is natuurlijk soms ook een element bij een geboorte kan zijn.

De muzikale lijnen bouwen zich op tot warme en diepe kleuren, met toch een dissonante ondertoon. Overwegend blijft het een geboorte van Jezus, wat een wonder was, maar ook spanning en angst kan veroorzaken voor Maria, aansluitend door de vinding in de tempel (sonate 5) in (A3-E4-A4-C#5) een verhoogde en heldere sonate met glanzende en licht gespannen kleuren.

Na pauze volgde een emotionele omslag. Sonate 6 in (A♭3-E♭4-G4-D5), 'Christus op de Olijfberg', beschrijft een droevig mysterie. Een eenzame nacht waarin alles stil is, zo klinkt het. Klankkleuren zijn donkerder met minder open resonantie. Dit werd vervolgd in sonate 9, het dragen van het kruis (C4-E4-A4-E5). Muzikaal werden pijnlijke en indringende klanken vertoond. Er is geen rust of ontspanning, met scherpe en wringende tonen.

Dit leidde tot sonate 10, de kruisiging (G3-D4-A4-D5), het centrale hoogtepunt van het lijdende middendeel van het werk. Lange, zware muzikale frasen zijn aanwezig, met dissonantie en lijden zonder melodisch comfort. Een verstild en intens moment van pijn. Na dit lijden komt de wederopstanding. Sonate 11 is in (G3-G4-D4-D5), gestemd met symbolisch gekruiste snaren. Er is een optimistische wending in de cyclus na de kruisiging. In de concertzaal is nu een open en stralende sfeer te horen. Er is meer beweging in de muziek en het voelt alsof alle somberheid wordt vervangen door een soort licht.

Vervolgens wordt sonate 12 de hemelvaart ten gehore gebracht in (C4-E4-G4-C5) wat licht, ruimtelijk, zowat gewichtloos klonk. Open resonantie is nu duidelijk aanwezig, met klinkende boventonen die alles weer rein laten klinken. De neerdaling van de Heilige Geest voelt weer anders dan de twee vorige verheffende delen die muzikaal opstijgende lijnen bevatten. Deze sonate daalt juist naar binnen, naar de mens toe.

Tot slot keren we terug naar de standaardstemming in het slotdeel in passacagliavorm. Dit deel werd indrukwekkend door Liza solo gespeeld. Het is het slot van de hele cyclus, een doorlopende muzikale afsluiting. Ik kreeg er een gevoel bij van nostalgie met een droevige ondertoon; kijk naar het verleden en laat los. Het begon eenvoudig als een soort baslijn, waarop indrukwekkende variaties volgden. De sfeer was mediterend en verstild, heel intiem. Het stuk sluit af zonder een triomf of groot slotakkoord. Het was een innige afsluiting, waarna volledige stilte in de concertzaal volgde. Na alles in te nemen wat er gebeurd was, volgde een welverdiende staande ovatie.

Maxime Haan