Wereldpodium Nijmegen – 65 seizoenen
Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek

Wie de jaarprogramma’s bekijkt van beroemde concertzalen als Wigmore Hall (Londen), Salle Pleyel (Parijs), Carnegie Hall (New York) of het Amsterdamse Concertgebouw, ontmoet daar ongeveer dezelfde solisten en ensembles als in de kamermuziekserie die de Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek (NSvK) elk jaar presenteert in De Vereeniging in Nijmegen. Van hoeveel andere evenementen kan dat gezegd worden? Waar in Nijmegen komt maandelijks de wereldtop op bezoek? Met een gemiddelde zaalbezetting van elfhonderd bezoekers is de serie van de NSvK landelijk de grootste buiten het Concertgebouw in Amsterdam, en dat is een van ’s werelds bestbezochte concertzalen. Buitenlandse solisten die een avond hebben gespeeld voor de prachtige en tot de nok gevulde zaal van De Vereeniging vragen steevast hoe groot Nijmegen eigenlijk is, dat het voor kamermuziek zo’n enorm publiek en zo’n luisterrijke concert hall heeft. Er zijn metropolen die het met minder moeten doen.

/  kamermuziek in Nijmegen
In het begin van de twintigste eeuw werden in veel Nederlandse plaatsen particuliere concertverenigingen opgericht. Sommige organiseerden symfonische concerten en richtten daar zelfs een orkest voor op. Veel van de huidige symfonieorkesten zijn ooit als stedelijk orkest begonnen. Andere verenigingen bevorderden de uitvoering van kamermuziek in hun stad. De kamermuziekverenigingen van Groningen en Den Haag bijvoorbeeld zijn al meer dan een eeuw actief. Ook Nijmeegse notabelen vormden in 1917 eenvereniging: de Nijmeegsche Vereeniging voor Kamermuziek. De concerten waren bedoeld voor de in juni 1917 ingewijde kleine zaal van het nieuwe concertgebouw De Vereeniging, het Gesamtkunstwerk van architect Oscar Leeuw, de decorateurs Henri Leeuw en Huib Luns en de beeldhouwers Egidius Everaerts en Jacques Oor. Vanaf het begin was De Vereeniging een van de mooiste en akoestisch beste concertzalen van Europa. Dirigent Willem Mengelberg liet de bouwtekeningen zelfs naar New York sturen als voorbeeld van een perfect concertgebouw.

Op 15 oktober 1917 begon het eerste seizoen van de NVvK. Kamermuziek heeft in principe een besloten en intiem karakter en voor de tweehonderdvijftig muzieklievende notabelen van de stad voldeed de kleine zaal met de prachtige allegorische wandschilderingen uitstekend. De vereniging bracht de toenmalige Nederlandse en buitenlandse ensembles en solisten naar de Karelstad. De vereniging heeft tot in de bezettingstijd bestaan. Op 10 oktober 1942 werd het 25-jarig jubileum opgeluisterd door een concert van het Röntgen Strijkkwartet. In het volgende seizoen moest de serie worden gestaakt. Hoewel Nijmegen al in september 1944 werd bevrijd, konden door de oorlogsomstandigheden in 1944–1945 geen concerten plaatsvinden. Maar al op 27 oktober 1945 heropende het Röntgenkwartet de serie. Niet in De Vereeniging, die door de oorlogsgebeurtenissen nog onbruikbaar was, maar in het Parochiehuis aan de Van Slichtenhorststraat.

Toch herleefde de NVvK niet echt. In deze naoorlogse periode was het aantal leden zo afgenomen dat op 4 mei 1948, na 151 concerten, tot opheffing besloten werd. Maar niet voor lang. De pianolerares mevrouw J. Diepenbroek-Nicolai trof een medeliefhebber van klassieke kamermuziek in de jonge Utrechtse apotheker Guillaume Beckers, die zich in 1950 in de Waalstad vestigde. Samen met mevrouw F. Fetter-Kerkhoff en de tekenleraar Jan Wervelman besloten zij een poging te doen de Nijmeegse Vereniging voor Kamermuziek te laten herleven. Inderdaad sloten ruim tweehonderd leden zich bij het initiatief aan.

Zo kon op 24 oktober 1950 de in Londen wonende Poolse pianist Jan Smeterlin het eerste seizoen van de nieuwe NVvK openen. Hoewel de vleugel nog niet al te best was, ‘voerde [Smeterlin] ons met zijn hevig bewogen kunst weg uit de ban der werkelijkheden’, schreef Arie Peters in het Nijmeegs Dagblad. Met enig recht zouden we dus kunnen zeggen dat de Nijmeegse kamermuziek al bijna voor het eeuwjubileum staat. De heroprichting was een doorstart. Toch is dat moment gaan gelden als het begin van de moderne NSvK.

/  culturele verheffing
In dat eerste seizoen traden verder op het Nuovo Quartetto Italiano, de Hongaarse violiste Johanna Martzy begeleid door Jean Antonietti, en de legendarisch geworden Roemeense pianiste Clara Haskil met haar ‘voornaam klavierspel’. Dat gaf het ambitieniveau wel aan. De NVvK wilde tegen lage kosten klassieke en eigentijdse kamermuziek van het hoogste gehalte naar Nijmegen brengen: solisten en ensembles van naam uit binnen- en buitenland. Een serie van vier concerten kostte tien gulden. Voor studenten, militairen, leden van de R.K. Kunstkring en van de Nederlandse Toonkunstenaarsvereniging waren er abonnementen tegen later tarief. Dat hoge ambitieniveau heeft de NVvK kunnen vasthouden. In volgende seizoenen traden Clara Haskil en het Quartetto Italiano opnieuw op, naast beroemde zangsolisten als Gerard Souzay, Herman Schey en Irma Kolassi. Het Végh-kwartet kwam naar Nijmegen, en de pianisten Géza Anda, Annie Fischer, Ingrid Haebler en Hans Richter-Haaser.

Toch bleef het in de wederopbouwtijd moeilijk meer dan vierhonderd bezoekers te trekken. Dat kon niet uit. Maar al in december 1950 was het gemeentebestuur bereid de kamermuziekvereniging financieel te ondersteunen. Kennelijk vond het gemeentebestuur het zelfs in de toenmalige omstandigheden wenselijk om dergelijke kleinschalige cultuurinitiatieven mogelijk te maken. Klassieke muziek gold als vormend en de bevordering ervan paste in de culturele verheffingspolitiek van de jaren vijftig. In 1956 bijvoorbeeld ondersteunde de gemeente een speciale reeks concerten ter gelegenheid van het jubileum van Mozarts geboortejaar. Kom daar nog eens om.

Het is interessant dat toen, en nog decennia daarna, nooit het argument gebruikt is dat een cultureel aanbod dat kennelijk een te klein publiek trekt om kostendekkend te zijn, geen subsidie verdient. Tot aan de jaren tachtig is steeds de overweging geweest dat Nijmegen een breed cultuuraanbod nodig had, dat een waardevol particulier initiatief steun verdiende, en dat wat elders – bijvoorbeeld in Arnhem – met succes bestond, ook in Nijmegen mogelijk moest zijn. Bij Arnhem mocht de Keizerstad toch niet achterblijven.

Met de jaren was De Vereeniging zo sleets geworden, dat de kamermuziekconcerten vanaf 1961 plaatsvonden in de gloednieuwe bovenfoyer van de moderne Stadsschouwburg. Ook die nieuwe ruimte zocht bespelers en in het algemeen bestond toen een behoefte aan modernisering. De Stadsschouwburg was fris en eigentijds, De Vereeniging ouderwets en burgerlijk. Het was niet de enige verandering. Formeel was de NVvK een vereniging, maar in feite waren de leden gewoon abonnementhouders. Omdat de gemeente als subsidiegever liever te maken had met een stichting dan met een altijd wat moeilijker te sturen vereniging, werd de NVvK op 23 december 1964 omgezet in de Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek, de organisatievorm die de NSvK nog steeds heeft. In 1967, toen met trots het honderdste kamermuziekconcert kon worden gepresenteerd, een optreden van het Kammermusikensemble Zürich, kreeg de NSvK ook een eigen logo – al heette dat toen nog een vignet. Architect en kunstenaar J. Jansen ontwierp in de stijl van die jaren het karakteristieke gestileerde vignet van drie zittende figuren die één lijken te zijn met hun instrument.

/  grote jaren
Ondanks de stormachtige opkomst van de popmuziek en andere amusementsgenres sinds de jaren zestig en zeventig ging het met het deftige genre van de klassieke kamermuziek niet minder, maar juist steeds beter. Ook in de klassieke muziek beleefde de grammofoonplaat een bloeitijd en werden grote solisten door de plaat en de televisie wereldsterren met aantrekkingskracht op het publiek. Dat effect was vooral vanaf de jaren zeventig merkbaar. In Nijmegen traden pianisten als Alfred Brendel, Alicia de Larrocha, Shura Cherkassky en Emil Gilels op, de gitarist Julian Bream, stercellist Mischa Maisky, het nieuwe vioolfenomeen Gidon Kremer en de zangeres Teresa Berganza, het Beaux Arts Trio en het Amadeuskwartet, het Tokyokwartet en het Lasallekwartet. Vanaf het midden van de jaren zeventig beleefde de serie het ene na het andere topseizoen. Zo stonden in 1978– 1979 Gidon en Elena Kremer, de pianisten Stephen Bishop (Kovacevitsj), Nelson Freire en Noël Lee, het Alban Berg en het Orlandokwartet en de bariton Bernard Kruysen op het podium, al had die laatste op 10 januari 1979 niet helemaal zijn dag.

Door de beperkte zaalgrootte voor kamermuziek kan het publiek nooit massaal worden, maar de NSvK verkocht jaarlijks meer abonnementen. De grote zaal van de Stadsschouwburg werd nu het vaste podium. In de jaren tachtig steeg het aantal vaste bezoekers van de serie zelfs boven de duizend. In 1981 keerde de NSvK terug naar De Vereeniging, maar nu naar de fameuze grote zaal, die sindsdien de locatie is gebleven voor de internationale kamermuziekserie. Midden jaren tachtig werden zestienhonderd abonnementen verkocht. Dat is nooit geëvenaard en dat kan ook niet meer, omdat de veiligheidsvoorschriften een dergelijke zaalbezetting, met rijen stoelen op het podium, niet meer toelaten.

In 1985 concludeerde de gemeente dat de NSvK zoveel eigen inkomsten verwierf dat subsidie niet meer nodig was. Dat was op zich een gerechtvaardigd besluit, maar in de zucht om wereldsterren op het Nijmeegse podium te brengen, liep de NSvK achter de voortdurend stijgende honoraria aan. Toppianisten kostten ook toen al twintigduizend gulden per optreden. Aanvankelijk brachten de ambities van de NSvK, onder de bevlogen programmeur Benno Brugmans, die ook voor muziekhandel Van Kalmthout en het Gelders Orkest werkte, de stichting aan de rand van het faillissement. Alles om de beste muziek naar Nijmegen te halen. In deze jaren kwamen de fenomenale Martha Argerich en Nelson Freire naar De Vereeniging, en Vladimir Ashkenazy, Jorge Bolet en de jonge Krystian Zimerman. De violisten Shlomo Mintz en Joshua Bell traden op en de cellist YoYo Ma. Op den duur, en in de geest van de nieuwe tijd, wist de NSvK het verlies aan gemeentesubsidie te compenseren door het aantrekken van sponsoring vanuit het Nijmeegse bedrijfsleven.

/  van concurrentie naar samenwerking
Een groter gevaar vormden de ambities van de Stadsschouwburg en De Vereeniging om met gemeentegeld eigen concertseries te gaan aanbieden. Dat was mooi voor het Nijmeegse concertleven, maar een oneigenlijke vorm van concurrentie. Het was wel zoals toen nog gedacht werd: net als de zorg was ook cultuur een verantwoordelijkheid van het professionele apparaat van de overheid. Via de multifunctionele cultuurcentra bepaalden en coördineerden gemeenten het cultuuraanbod. Particulier initiatief op dit terrein werd hoogstens als flankerende voorziening erkend, maar eigenlijk als ‘burgerlijk’ elitisme gewantrouwd. En amateurorganisaties konden toch zeker niet hetzelfde als gemeentelijke diensten?

Dat viel nogal mee, want het ging in Nijmegen zoals in veel andere steden: het abonnementenpubliek van een lang gevestigde ‘vereniging’ zoals de NSvK is trouwer en constanter dan het bezoek dat gemeentepodia weten te trekken. Het bezoeken van concerten en voorstellingen is niet gewoon het afnemen van een ‘product’. De traditie, de herkenning en de gezelligheid vormen een sociaal aspect dat niet onderschat moet worden. Abonnementhouders hebben er uit ervaring vertrouwen in dat elk jaar een fijne serie wacht. Traditie en vertrouwen gedijen meer in een verenigingssfeer dan in een onpersoonlijk productaanbod. In Nijmegen – en dan natuurlijk vooral in Oost en Zuid – is ‘de kamermuziek’ een begrip geworden, een sociale kring, een garantie voor een mooie en feestelijke avond uit in de luisterrijke entourage van De Vereeniging. In de loop van de jaren is de NSvK naast het HGO, het Gelders Orkest, de grootste vaste bespeler van De Vereeniging geworden.

Na 1992 maakte de concurrentie tussen de N.V. Mensec, die namens de gemeente De Vereeniging exploiteerde, en de NSvK plaats voor regelmatige samenwerking. Bij bijzondere gelegenheden ondersteunde de gemeente ook weer eens een concert. Maar geleidelijk aan heeft de overheid zich verder teruggetrokken uit het directe cultuuraanbod. Ook de culturele diensten zijn verzelfstandigd en moeten op commerciële basis werken, zonder financiële ondersteuning. Zo zijn maatschappelijke partijen zoals de NSvK weer belangrijker geworden. In Nijmegen heeft de organisatie van De Vereeniging en de Stadsschouwburg beperkte middelen om eigen muziekseries aan te bieden. Zij zorgt nu voor aanbod waarin niet door de NSvK of het HGO wordt voorzien.

Sinds het begin van de jaren tachtig omvat de kamermuziekserie gemiddeld acht concerten per seizoen. Het hoge niveau is altijd gehandhaafd. Er is een kleine categorie van klassieke wereldsterren die te duur zijn of die alleen in de hoofdsteden optreden, maar verder is de NSvK in staat de beste solisten en ensembles naar Nijmegen te halen: pianisten als Krystian Zimerman, Grigori Sokolov, Radu Lupu, Jean-Yves Thibaudet, Leif Ove Andsnes, Zoltan Kocsis en Arcadi Volodos, de violisten Victoria Mullova, Vadim Repin, Frank Peter Zimmermann, Nicolai Znaider en de Nederlandse wereldster Janine Jansen, het Tokyokwartet, het Borodin Kwartet, het Leipziger Streichquartett, het Hagen Quartett, het Artemis Quartett en het Emerson String Quartet – allemaal top of the bill.

/  doelstellingen van de NSvK
Een concertserie maken is niet hetzelfde als grote namen contracteren. In de programmering streeft de NSvK ernaar het publiek ook met de rijzende sterren kennis te laten maken en aan geweldige Nederlandse musici een riant podium te bieden. Daar ligt een verantwoordelijkheid. Anders dan in het verleden worden musici en ensembles niet meer via de selectie en de publiciteit van de vooraanstaande grammofoonplaten- en CD-labels wereldberoemd. Het gemiddelde niveau is zeer hoog en het internationale aanbod enorm, maar dat geldt daardoor tevens voor de concurrentie.

Een ander streven is een ruim en interessant repertoire te brengen. Een deel van het publiek wil graag bekende muziek horen van de grote componisten. Een ander deel van het publiek vraagt om een vernieuwend en uitdagend aanbod. Vanouds probeert de NSvK alle voorkeuren min of meer te bedienen. In elk geval is de bedoeling naast de bekende klassieke topwerken minder bekende componisten en composities aan het publiek te presenteren. Dat hoeft niet altijd modern of eigentijds repertoire te zijn. Ook veel prachtige kamermuziek van Mendelssohn, Saint-Saens, Nielsen en Dvořák is nog te weinig te horen. Strijktrio’s, sextetten en septetten komen minder aan bod dan strijkkwartetten. Er is nog heel veel muziek te (her)ontdekken.

Het is daarnaast verrassend te zien hoe ‘modern’ veel programma’s al in de jaren vijftig en zestig waren. Ook toen stonden nog eigentijdse componisten als Schönberg, Webern, Strawinsky, Britten, Hindemith, Milhaud, Badings, Seiber, Martinu, Honegger, Barber, Messiaen of Tsjerepnin op de lessenaars. Die lijn heeft de NSvK altijd willen voortzetten, niet uit een paternalistische behoefte om het publiek ‘op te voeden’, maar uit respect voor de muziek en de musici. Vaak komen kwartetten of solisten zelf met de wens een eigentijds, voor hun gecomponeerd werk te mogen uitvoeren. Dergelijke verzoeken honoreren wij graag, omdat deze meestermusici in de kwaliteit van dat werk geloven. Zij zijn de kenners.

De NSvK wil er actief aan bijdragen dat de klassieke muziek zich blijft ontwikkelen met nieuwe composities. Om de eerbiedwaardige traditie van het strijkkwartet of een andere ensemblevorm levend te houden bestelt de NSvK sinds vijftien jaar bij elk lustrum een nieuw kamermuziekwerk bij een jonge Nederlandse componist. In 2004 schreef Mayke Nas To Hell! voor altviool en kamerorkest, in première gebracht door Susanne van Els en het Schönberg Ensemble. Vijf jaar later componeerde Marijn Simons Faux Bourdon Varié, dat werd uitgevoerd door het kamerensemble Nieuw Amsterdams Peil. En dit jaar kreeg Joey Roukens de uitnodiging een stuk te schrijven voor een nieuw kamermuziekwerk, voor strijkkwartet in combinatie met klankpercussie. Dat werd het dynamische en sfeerrijke In Transit, geschreven voor het Rubens Kwartet en de jonge percussionist Ramon Lormans.

De NSvK realiseert zich ook dat het publiek voor klassieke muziek vergrijst. Veel minder dan voorheen komen jongere generaties van huis uit, op school en via de media in aanraking met al die prachtige, indrukwekkende, blijmoedige, diepzinnige, uitgelaten, spannende, feestelijke, strenge, ironische, aangrijpende, emotionele en intelligente muziek. Zij voelen zich ook niet thuis in de enigszins plechtige sfeer van de concertzaal en de bijbehorende conventies. Daarom zoekt de NSvK, zoals veel andere organisatoren en podia in Nederland en elders, naar nieuwe vormen om klassieke muziek te presenteren.

Naast de internationale kamermuziekserie in de grote zaal bieden De Vereeniging en de NSvK momenteel de alternatieve serie What’s in the Music aan, gericht op studenten en andere jongeren. What’s in the Music bestaat uit voorstellingen waarin klassieke muziek gecombineerd wordt met beeld, video of dans; een ‘totaalervaring’ in een lossere, informele ambiance. Daarnaast ondersteunt de NSvK initiatieven om klassieke muziek te laten klinken op de campus van de Radboud Universiteit, om studenten te interesseren voor de concerten in De Vereeniging. Wij willen een toekomst hebben – een toekomst met publiek en klassieke muziek.

/  ‘wonderful hall, great audience’
Wat goed is moet je niet veranderen. Daarom blijft de formule van ‘de kamermuziek’, de meest succesvolle kamermuziekserie van Nederland, ongewijzigd. Door het grote vaste publiek van meer dan duizend muziekliefhebbers kan de abonnementsprijs onwaarschijnlijk laag blijven. De stichting betaalt alles uit de eigen inkomsten, zonder enige vorm van overheidssteun. Voor de neveninitiatieven wordt een beroep gedaan op bedrijven die culturele activiteiten willen ondersteunen. De relatie met de organisatie die De Vereeniging en de Stadsschouwburg beheert, is uitstekend. Steeds vaker komt Radio 4 weer naar Nijmegen voor opnamen en live-uitzendingen van de NSvK-concerten. De Nijmeegse serie is via de musici die hier optreden een internationaal fenomeen geworden. De grote zaal van De Vereeniging, met zijn bijzondere akoestische kwaliteit en geweldige sfeer, geldt onder musici – en opnametechnici – als een van de beste concertzalen ter wereld. De Nijmeegse faam reikt tot New York en Tokyo. Dat is een trots bezit voor deze stad en omgeving en een verantwoordelijkheid voor het bestuur. Een bestuur, nog altijd, van vrijwilligers. Waarschijnlijk geeft geen ander vrijwilligerswerk zoveel voldoening.

In dit boekje presenteren wij in dertig portretten ruim 65 memorabele concertavonden van de Nijmeegse Vereniging / Stichting voor Kamermuziek. Zij geven een indruk van de grote musici die hier hebben opgetreden, en van de muziek die zij uitvoerden. Sommige concerten zult u zich misschien nog herinneren, andere brengen u terug naar de tijd waarin Clara Haskil, Géza Anda en Irma Kolassi de sterren van het podium waren.

Bij de illustraties treft u facsimile’s van de enthousiaste reacties die musici achterlaten in het Gouden Boek van De Vereeniging. ‘For all our friends in Nijmegen: what a pleasure to perform here in your beautiful hall with your wonderful piano and your amazing audience’, noteerde het Trio Kalichstein, Laredo, Robinson in 2009. ‘Merci à vous pour l’expérience inoubliable de cette salle et de votre public’, schreef cellist Jean-Guihen Queyras een seizoen eerder. En Arthur Jussen, aan het begin van dit jubileumseizoen: ‘Het is ongelooflijk wat je van deze zaal en het warme publiek terugkrijgt tijdens het spelen. Stiekem heb ik zelf ook een beetje zitten te genieten!’

Zo hoort het. De NSvK wenst u veel plezier bij deze wandeling door memory lane en hoopt u nog vaak te mogen begroeten.

Lees verder: 30 Portretten

NSVK maakt gebruik van cookies

Cookies zijn kleine bestanden die met pagina’s van deze website worden meegestuurd en door uw browser op de harde schrijf van uw computer worden opgeslagen. Er zijn verschillende soorten cookies die gebruikt worden voor verschillende doeleinden. Voor het plaatsen van cookies is soms wel en soms geen toestemming nodig. Als u niet akkoord gaat met onze cookie statement dan plaatsen wij alleen de functionele cookies. Als u meer wilt weten over de cookies die wij gebruiken, de gegevens die daarmee verzameld worden en over uw rechten op dit punt, lees dan ons cookie statement en privacy policy om meer te leren over onze cookies.