17 december 2019

Quatuor Arod, Alexandre Tharaud

Joost Niekus

Verbonden door kamermuziek

Een mooie samenwerking is geboren: de Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek en de NSG Groenewoud. Waar de NSvK de ‘bevordering van de kamermuziek in het algemeen’ voor ogen heeft, proberen wij het als middelbare school nóg een stap breder te pakken. Als trotse cultuurprofielschool proberen wij onze leerlingen zo veel mogelijk kunst en cultuur mee te geven voor ze het studentenleven in stappen.

Een belangrijk onderdeel van de samenwerking is dat de leerlingen in aanraking komen met muziek die ze zelf misschien niet snel zouden opzoeken. We weten allemaal dat het horen en zien van deze muziek (en alle muziek wat dat betreft) in een concertzaal zo veel meer waard is dan van een YouTube-filmpje in een muzieklokaal.

Nog voor het concert begon was de avond al geslaagd. De meeste leerlingen, eindexamenkandidaten voor het vak muziek, hadden de situatie goed ingeschat: ze waren snel nog even na school naar huis gefietst voor hun mooiste kleding of hun lievelings-oorbellen. Ze wilden niet uit de toon vallen. Met dit clubje kregen we in de artiestenfoyer een leuk inkijkje in de NSvK: wat er komt kijken bij de programmering, maar bovenal een mooie introductie op het programma.

Het concert kon beginnen. Enthousiast, maar wat ongemakkelijk zochten de leerlingen verspreid over de zaal een plekje tussen de vaste bezoekers. Het eerste stuk sloot naadloos aan bij hun belevingswereld. Een jonge Schubert (zestien jaar slechts) schreef dik tweehonderd jaar geleden een prachtig strijkkwartet – ‘zo mooi’, ‘echt een lief stuk’. De leerlingen gaven in de pauze aan echt te zijn overvallen door het geluid: ‘Hoe kan het toch dat er maar vier muzikanten op het podium staan, in zo’n enorme zaal, en dat het toch zo goed klinkt?’

Het tweede stuk was een stuk spannender. Bartóks ‘mildere periode’ volgens het programma. Voor de leerlingen was het vooral even wennen na de pracht van Schubert. ‘Hoekig’, ‘dissonant’, ‘wrang’ (wederom de observaties van de leerlingen). Het was zoeken naar herkenbare thema’s en naar de voor hun zo gebruikelijke ‘hooks’ en refreintjes. Wat overheerste was het respect voor de virtuositeit, het inlevingsvermogen van de muzikanten en de spanning in de muziek.

De pauze was een moment om verhalen uit te wisselen, zowel met elkaar als met de docenten. Om in De Vereeniging te staan en in de pauze met leerlingen het verschil in klankwereld tussen Schubert en Bartók te bespreken was prachtig.

Na de pauze pakte Franck iedereen direct vast. De romantische pracht is voor iedereen herkenbaar én voelbaar. De rode konen na het concert in de foyer verried hoezeer de groep genoten heeft van het prachtige pianokwintet. En hoewel het voor enkele leerlingen een lange avond was van uitsluitend klassieke muziek– een aantal waren ongeveer net zo snel de zaal uit als Saint-Saëns bij de première – konden zeker tien leerlingen slecht afscheid nemen. Een mooi teken dat ze er echt van genoten hebben.

En uiteindelijk was dat het doel van de avond. De volgende generatie muziekliefhebbers kennis laten maken met dit soort muziek, met dit type concerten. Er zullen niet direct twintig nieuwe abonnementhouders bij komen, maar dit concert zal in hun achterhoofd aanwezig blijven als een soort galm, een soort naklank. Een aantal uit deze groep zal zeker nog eens terugkeren.

Rest mij slechts om de NSvK te bedanken voor deze mogelijkheid. Ook bedank ik graag de vaste concertbezoekers. Ik zag veel bezoekers met de leerlingen in gesprek gaan en uiteindelijk is dat waarom ze zich zo verbonden voelden aan het eind van de avond.

— Joost Niekus